ECLI:NL:CBB:2020:550
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzetten tegen niet-ontvankelijkverklaring beroepen wegens niet-tijdige betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellanten, bestaande uit meerdere maatschappen en vennootschappen onder firma, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake een diergezondheidsheffing. Een deel van deze beroepen werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring hebben appellanten verzet gedaan. Zij voerden aan dat er intensief contact was geweest met de griffie om de zaken efficiënt af te handelen, maar dat door organisatorische problemen in de vakantieperiode niet alle griffierechten tijdig konden worden betaald.
Het College oordeelt dat appellanten ondanks herinneringen en waarschuwingen geen verschoonbare reden hebben aangevoerd voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij appellanten zelf. Daarom verklaart het College de verzetten ongegrond.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 18 augustus 2020.
Uitkomst: De verzetten tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht worden ongegrond verklaard.