ECLI:NL:CBB:2020:549
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroepen wegens niet tijdig betalen griffierecht ongegrond verklaard
Appellanten, bestaande uit 92 pluimveehouders, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin bezwaren tegen een diergezondheidsheffing ongegrond werden verklaard. Een deel van deze beroepen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet of niet tijdig was betaald.
Appellanten hebben verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Zij voerden aan dat er intensief contact was geweest met de griffie om de zaken efficiënt te behandelen, vooral tijdens de vakantieperiode, maar dat het niet lukte om tijdig het griffierecht te innen bij alle betrokkenen.
Het College oordeelt dat appellanten bij brief en telefonisch waren gewezen op de betalingstermijn en dat er geen verschoonbare reden is voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. Ondanks het grote aantal beroepen blijft het de verantwoordelijkheid van appellanten om het griffierecht tijdig te voldoen. Daarom verklaart het College het verzet ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de beroepen.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling van griffierecht is ongegrond verklaard.