ECLI:NL:CBB:2020:548
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroepen wegens niet tijdig betalen griffierecht ongegrond verklaard
Appellanten, bestaande uit 92 pluimveehouders, hadden beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over een diergezondheidsheffing. Een deel van de beroepen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet of niet tijdig was betaald. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld.
De gemachtigde van appellanten voerde aan dat er veel communicatie was geweest met de griffie om de zaken efficiënt af te handelen, vooral in de vakantieperiode, maar dat het op het laatste moment niet geregeld kon worden. Hierdoor konden niet alle griffierechten tijdig worden betaald.
Het College oordeelde dat appellanten tijdig waren herinnerd aan de betalingstermijn en dat er geen verschoonbare reden was voor het niet tijdig betalen. Ondanks het grote aantal beroepen blijft het de verantwoordelijkheid van appellanten om het griffierecht op tijd te voldoen. Daarom verklaarde het College het verzet ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van de beroepen.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de beroepen blijven niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.