ECLI:NL:CBB:2020:276

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
14 april 2020
Publicatiedatum
14 april 2020
Zaaknummer
19/1209
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursrechtelijke zaak

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant na een oproep om gronden in te dienen dit niet deed.

Appellant maakte vervolgens verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Het College oordeelde dat appellant niet in verzuim was en verklaarde het verzet gegrond. Hierdoor verviel de eerdere uitspraak en werd het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van het College op 14 april 2020.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet; de niet-ontvankelijkverklaring vervalt.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 19/1209

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2020 op het verzet van

[naam] , te [plaats] ( [gemeente] ), appellant,

Procesverloop

Appellant heeft tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 30 april 2019 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 7 januari 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen de uitspraak van 7 januari 2020 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant, na bij griffiersbrief van 14 augustus 2019 in de gelegenheid te zijn gesteld alsnog de gronden van het beroep in te dienen, dat niet heeft gedaan.
2. In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 7 januari 2020 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 14 april 2020.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer