Appellante exploiteert een melkveebedrijf en verzocht op grond van artikel 12, tweede lid, van de Regeling fosfaatreductieplan 2017 om het referentieaantal melkvee te bepalen op basis van het aantal runderen vóór intrede van een dierziekte. Zij stelde dat door para-tbc en sterfte van kalveren het aantal runderen op de peildatum 2 juli 2015 minimaal 5% lager was dan op eerdere peildata.
Verweerder wees dit verzoek af omdat niet was voldaan aan de 5%-voorwaarde en omdat de regeling geen ruimte biedt voor aanpassing op basis van beoogde maar niet gerealiseerde groei of vergunde dieraantallen. Ook werden dieren die door een losstaand hek zijn beschadigd en afgevangen niet als bijzondere omstandigheid erkend.
Het College oordeelde dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat het referentieaantal minimaal 5% lager was door dierziekte en dat de regeling geen ruimte laat voor aanpassing op basis van vergunde aantallen of beoogde groei. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 14 april 2020.