ECLI:NL:CBB:2020:197
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor niet-naleving taxiverordening Amsterdam
Verzoeksters, toegelaten taxiorganisaties (TTO's) in Amsterdam, kregen op 15 januari 2020 een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet naleven van de minimale sancties zoals voorgeschreven in het Besluit Nadere regels maatregelenprotocol 2018 en het vergunde maatregelenprotocol. De TTO's hadden overtredingen van hun chauffeurs uit de periode vóór 15 juli 2019 niet volgens deze minimale sancties bestraft, maar met boetes conform de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
De voorzieningenrechter oordeelt dat de TTO's geen generieke afwijking van het sanctieregime mogen toepassen zonder individuele bijzondere omstandigheden aan te tonen. De individuele afwegingsruimte die de gemeente Amsterdam aan TTO's biedt, was niet benut. De last onder dwangsom is daarom terecht opgelegd en de TTO's handelen in strijd met hun vergunningen en de Taxiverordening.
Verder wordt het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen, omdat de verschillende handhavingspraktijken voor en na 15 juli 2019 geen ongelijke gevallen betreffen. Ook is geen sprake van onevenredigheid van de sancties. Er is geen concreet zicht op legalisatie van het afwijkende sanctieregime zonder goedkeuring van de gemeente. De last onder dwangsom is niet innerlijk tegenstrijdig. De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen en de last onder dwangsom blijft in stand.