ECLI:NL:CBB:2019:97
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake inbewaringneming van schapen
Verzoeker, een veehouder, maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot toepassing van spoedbestuursdwang wegens overtredingen van het Besluit houders van dieren. De voorzieningenrechter had het primaire besluit geschorst en verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de inbewaringgenomen schapen aan derden zouden worden overgedragen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat 135 schapen en de in de opvang geboren lammeren inmiddels aan een derde waren overgedragen en dat drie schapen waren overleden. Hierdoor kon verzoeker niet langer voorkomen dat de schapen aan derden werden overgedragen, waardoor het spoedeisend belang ontbrak.
Op grond hiervan werd het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond verklaard en zonder zitting afgewezen. De schorsing van het primaire besluit verviel en er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de schapen reeds aan derden zijn overgedragen en het spoedeisend belang ontbreekt.