Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Procesverloop
Overwegingen
-toegestane coproducten blijkt volgens verweerder niet dat dit product niet door middel van covergisting zou zijn verwerkt.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Verzoekster, een producent van duurzame energie uit vergisting van dierlijke mest en coproducten, kreeg subsidie op grond van het Besluit Stimulering Duurzame Energieproductie. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) stelde in een rapport vast dat verzoekster in 2015 niet-toegestane coproducten had verwerkt, wat leidde tot een opschorting van voorschotten en correctie van de subsidie met terugvordering van €450.878.
Verzoekster betwistte dat de niet-toegestane coproducten in de vergistingsinstallatie waren verwerkt en stelde dat deze alleen waren gehygiëniseerd en doorverkocht. Tijdens de bezwaarprocedure overhandigde zij documenten en vervoersbewijzen, maar verweerder vond deze onvoldoende om het NVWA-rapport te weerleggen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het financiële belang van verzoekster onvoldoende spoedeisend was en dat er geen ernstige twijfel bestond aan het standpunt van verweerder.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoekster onvoldoende bewijs had geleverd om het bestreden besluit in twijfel te trekken en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. Verzoekster kreeg wel de gelegenheid om in de bezwaarprocedure haar standpunt nader te onderbouwen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de subsidiecorrectie en terugvordering wordt afgewezen.