ECLI:NL:CBB:2019:535

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
29 oktober 2019
Publicatiedatum
28 oktober 2019
Zaaknummer
18/2101
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursrechtelijke beroepsprocedure

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 17 augustus 2018. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het beroep bij uitspraak van 19 maart 2019 niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een ondertekende machtiging.

Appellante heeft hiertegen verzet ingesteld. Tijdens de behandeling van het verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest met betrekking tot het overleggen van de machtiging.

Het College verklaart het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 29 oktober 2019.

Uitkomst: Het College verklaart het verzet gegrond en zet het onderzoek voort in de stand waarin het zich bevond.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 18/2101

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2019 op het verzet van

Firma [naam] , te [plaats] , appellante,

Procesverloop

Appellante heeft tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 17 augustus 2018 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 19 maart 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 19 maart 2019 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante, na laatstelijk bij griffiersbrief van 13 december 2018 in de gelegenheid te zijn gesteld alsnog een ondertekende machtiging over te leggen, dat niet heeft gedaan.
2. In verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 19 maart 2019 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 29 oktober 2019.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer