ECLI:NL:CBB:2019:507

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
15 oktober 2019
Publicatiedatum
15 oktober 2019
Zaaknummer
19/146
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep Kamer van Koophandel ongegrond verklaard

Tuinbouwbedrijf B.V. stelde beroep in tegen een beslissing van de Kamer van Koophandel, maar het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de beroepsgronden niet binnen de gestelde termijn waren ingediend. Appellante diende daarop verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en verzocht om een zitting om haar situatie toe te lichten.

Tijdens de zitting gaf een vertegenwoordiger van appellante aan dat zij had gewacht met het indienen van gronden in de veronderstelling dat de Kamer van Koophandel nog stukken zou aanleveren. Het College oordeelde dat dit geen geldige reden was voor het niet tijdig indienen en dat appellante zich had kunnen wenden tot het College voor uitstel of nadere informatie.

Het verzet richtte zich uitsluitend op de vraag of de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Het College oordeelde dat appellante in verzuim was gebleven en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 19/146

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2019 op het verzet van

Tuinbouwbedrijf [naam 1] B.V. , te [plaats] , appellante,

Procesverloop

Appellante heeft (kennelijk) tegen de beslissing op bezwaar van de Kamer van Koophandel van 15 november 2018 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 7 mei 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 7 mei 2019 verzet gedaan en heeft daarbij verzocht te worden gehoord.
Het verzet is behandeld ter zitting van 19 september 2019. Namens appellante is verschenen [naam 2] . De minister heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante, na bij aangetekend verzonden griffiersbrief van 29 januari 2019 in de gelegenheid te zijn gesteld de gronden van het beroep binnen vier weken in te dienen, dat niet heeft gedaan.
2. Appellante heeft in het verzetschrift aangevoerd dat de situatie van het bedrijf erg belangrijk en complex is en dat een zitting nodig is om dat te kunnen uitleggen. Ter zitting heeft J.H.M. Jansen verklaard dat zij in de veronderstelling was dat de Kamer van Koophandel nog stukken zou indienen en daarom heeft gewacht met het indienen van de gronden.
3. In verzet is slechts aan de orde of het College het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Wat in verzet is aangevoerd levert geen grond op voor het oordeel dat appellante niet in verzuim is geweest. Appellante had zich binnen de gestelde termijn ten minste tot het College kunnen wenden met een verzoek om uitstel of informatie. Het verzet is daarom ongegrond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 15 oktober 2019.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer