ECLI:NL:CBB:2019:371
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht op melkveebedrijf ongegrond verklaard
Appellante, een melkveehouder, betwist het door de minister vastgestelde fosfaatrecht van 2.567 kilogram, waarbij een generieke korting van 8,3% is toegepast. Zij voert aan dat haar bedrijf grondgebonden is op basis van bedrijfsspecifieke excretiewaarden (BEX) en dat de knelgevallenregeling toegepast zou moeten worden vanwege een eerdere dierziekte die de groei van de veestapel heeft beperkt.
Het College overweegt dat de wetgever bewust heeft gekozen om bij de bepaling van het fosfaatrecht niet uit te gaan van daadwerkelijke fosfaatproductie of bedrijfsspecifieke waarden, maar van forfaitaire normen. De knelgevallenregeling is niet van toepassing omdat niet aan de voorwaarden wordt voldaan en de alternatieve peildatum legitiem is gekozen. Hierdoor wordt stagnatie in groei door dierziekte niet gecompenseerd.
Ten slotte is het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, dat het eigendomsrecht beschermt, niet geslaagd omdat appellante onvoldoende concreet heeft aangetoond hoe het besluit haar bedrijf feitelijk raakt.
Het College verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het bestreden besluit van de minister.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.