ECLI:NL:CBB:2019:307
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- T. Pavićević
- B. Bastein
- Rechtspraak.nl
Vaststelling subsidie MIT-R&D-project lager wegens onvoldoende verantwoording activiteiten
Appellante ontving een subsidie voor een MIT-R&D-samenwerkingsproject binnen de topsector Chemie, gericht op de ontwikkeling van een coating voor warmtewisselaars. Na indiening van de eindrapportage en aanvullende informatie concludeerde de subsidieverstrekker dat onvoldoende was aangetoond dat de activiteiten volgens het projectplan waren uitgevoerd. Hierdoor werd de subsidie lager vastgesteld en onverschuldigd betaalde voorschotten teruggevorderd.
Appellante stelde dat zij alle vereiste rapportages had aangeleverd en dat de lagere vaststelling in strijd was met het vertrouwensbeginsel, het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Het College oordeelde dat appellante niet tijdig en voldoende informatie had verstrekt om de subsidie volledig vast te stellen, ondanks herhaalde verzoeken. Het College verwierp de bezwaren over motivering, zorgvuldigheid en gelijkheid en oordeelde dat de subsidieverstrekker terecht gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om de subsidie lager vast te stellen.
Het College benadrukte dat de aanvrager verantwoordelijk is voor het verstrekken van duidelijke en volledige informatie en dat het ontbreken daarvan voor haar risico komt. De lagere vaststelling van de subsidie werd niet als onevenredig beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de terugvordering van onverschuldigde voorschotten bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de lagere subsidievaststelling van € 41.825,- wordt bevestigd.