In deze bestuursrechtelijke procedure heeft [naam 4], als bestuurder van [naam 2], beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van bewijs dat [naam 4] bevoegd was om namens [naam 2] op te treden en het niet herstellen van dit verzuim.
Appellante heeft hiertegen verzet ingesteld en verzocht om een hoorzitting, die op 11 december 2018 plaatsvond. Tijdens het verzet bleek dat [naam 4] redelijkerwijs mocht aannemen dat hij het verzuim had hersteld met een brief van 12 juli 2018, ontvangen op 16 juli 2018.
Het College verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet.