Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2018 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats] , appellant
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.Ten slotte heeft appellant aangevoerd dat verweerder ten onrechte de op 4 april 2017 door middel van het digitale klachtenformulier ingediende ingebrekestelling niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het College stelt vast dat verweerder bij brief van 7 april 2017 aan appellant heeft meegedeeld dat het digitale klachtenformulier niet de juiste weg is om hem in gebreke te stellen en dat dit schriftelijk dient te geschieden. Verweerder heeft het door appellant tegen die mededeling gemaakte bezwaar bij besluit van 16 juni 2017 niet-ontvankelijk dan wel ongegrond verklaard. Eerst bij brief van 14 augustus 2017, waarbij appellant zijn beroep tegen de bestreden besluiten 1 en 2 heeft aangevuld, heeft appellant beroep ingesteld tegen de beslissing van 16 juni 2017. De beroepstermijn voor deze beslissing was echter verstreken op 28 juli 2017. Omstandigheden waardoor deze termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht als bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Awb, zijn gesteld noch gebleken. Het beroep tegen het besluit van 16 juni 2017 zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen het bestreden besluit 2 en het besluit van 16 juni 2017 niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen tegen het bestreden besluit 1, het herziene bestreden besluit 1, en het herziene bestreden besluit 2 ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan appellant te vergoeden.