ECLI:NL:CBB:2018:364
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling oppervlakte subsidiabele hectares en uitbetaling betalingsrechten GLB
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van de oppervlakte van enkele percelen die zij had opgegeven in de Gecombineerde Opgave 2016, welke de basis vormde voor de uitbetaling van betalingsrechten en vergroeningsbetaling onder het GLB. Verweerder had bij een wijzigingsbesluit enkele bezwaren van appellante erkend voor percelen 8, 13 en 26, maar niet voor perceel 21 en overige percelen.
Het College oordeelde dat de verschillen in oppervlakte bij de overige percelen binnen de toegestane marge van 2% per referentieperceel vielen en dat verweerder daarom terecht was uitgegaan van de vastgestelde oppervlaktes. Hierdoor was het beroep ongegrond.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante, vastgesteld op € 1.002,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, vanwege het wijzigingsbesluit dat verweerder had genomen naar aanleiding van het beroep.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 9 juli 2018 door het College van Beroep voor het bedrijfsleven, enkelvoudige kamer.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.