ECLI:NL:CBB:2018:321
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling oppervlakte subsidiabele percelen in GLB-betalingsrechten
In deze zaak is het geschil of de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de oppervlakte van percelen 29 en 31, opgegeven door appellante in de Gecombineerde opgave 2015, correct heeft vastgesteld voor de toekenning van GLB-betalingsrechten.
Verweerder stelde dat op luchtfoto’s zichtbaar was dat delen van perceel 29 en 31 niet subsidiabel waren vanwege afwijkende gewassen en verstruiking, waardoor de oppervlakte werd aangepast. Appellante betwistte deze vaststelling, maar erkende dat het verschil minder dan 2% bedroeg.
Het College oordeelde dat op grond van de Europese regelgeving bij een verschil van minder dan 2% mag worden uitgegaan van de vastgestelde oppervlakte en geen nadere beoordeling vereist is. Daarnaast verwierp het College het betoog van appellante over een motiveringsgebrek in het bestreden besluit en stelde dat het verzoek om wettelijke rente wegens overschrijding van de beslistermijn niet aan de orde was in deze procedure.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de oppervlakte van percelen 29 en 31 is ongegrond verklaard.