Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2017 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , appellant,
de Kamer van Koophandel, verweerster
Procesverloop
Overwegingen
Artikel 5
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant betwistte de inschrijving in het handelsregister van zijn uittreding als bestuurder en de ontbinding van de Stichting, omdat volgens hem de besluiten in strijd waren met de statuten genomen. Hij stelde onder meer dat hij niet was opgeroepen voor de bestuursvergadering en dat het bestuur niet uit het vereiste aantal bestuursleden bestond.
Verweerster, de Kamer van Koophandel, stelde dat de opgave afkomstig was van een bevoegd bestuurslid en dat de besluiten niet evident nietig of door de civiele rechter vernietigd waren. Zij wees erop dat het handelsregister niet constitutief is en dat gebreken in oproeping leiden tot vernietigbaarheid, niet tot nietigheid.
Het College oordeelde dat geen gerede twijfel bestond over de juistheid van de opgave, omdat niet was gebleken van nietige of vernietigde besluiten. Ook het ontbreken van de handtekening van appellant op het wijzigingsformulier was niet doorslaggevend. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het handelsregisterbesluit is ongegrond verklaard en het besluit tot inschrijving van zijn uittreding en de ontbinding van de stichting blijft in stand.