ECLI:NL:CBB:2017:466
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking chauffeurskaart wegens niet overleggen VOG
Verzoeker had zijn chauffeurskaart ingetrokken gekregen omdat hij niet binnen de gestelde termijn een nieuwe Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) had overgelegd, nadat de minister twijfels had over zijn betrouwbaarheid.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de zaak vanwege het principiële karakter van de rechtsvraag niet geschikt was voor een onmiddellijke beslissing in de hoofdzaak en beperkte zich tot de voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker inmiddels het besluit tot weigering van de VOG aan een rechter had kunnen voorleggen en dat hij binnenkort opnieuw een chauffeurskaart kon aanvragen. Hierdoor was er geen zwaarwegend belang dat onmiddellijke schorsing rechtvaardigde.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de chauffeurskaart wordt afgewezen.