ECLI:NL:CBB:2017:456
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking chauffeurskaart wegens niet tijdig overleggen nieuwe VOG bevestigd
Appellant, werkzaam als taxichauffeur, kreeg zijn chauffeurskaart ingetrokken omdat hij niet tijdig een nieuwe Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) had overgelegd na een melding van de Justitiële Informatie Dienst. Verweerder, de minister van Infrastructuur en Milieu, trok de kaart in op grond van wettelijke bepalingen die voorschrijven dat een geldige VOG vereist is voor het verrichten van taxivervoer.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en overhandigde later alsnog een VOG, waarna het primaire besluit werd herroepen. Hij vorderde vergoeding van proceskosten en schade wegens inkomstenverlies, stellende dat hem onrecht was aangedaan door het niet tijdig horen en de korte termijn voor het overleggen van de VOG.
Het College oordeelde dat verweerder terecht en bevoegd was de chauffeurskaart in te trekken omdat appellant niet tijdig een nieuwe VOG had overgelegd. De termijn van vier weken voor het overleggen van de VOG was redelijk en in overeenstemming met wettelijke termijnen. Het bestuursorgaan mocht bovendien afzien van een hoorzitting omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De herroeping van het intrekkingsbesluit volgde niet uit een aan verweerder te wijten onrechtmatigheid, zodat geen vergoeding van proceskosten of schade werd toegekend. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de chauffeurskaart bevestigd zonder vergoeding van proceskosten of schade.