Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 januari 2017 in de zaken tussen
[naam 1] , te [plaats] , appellante,
de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster,
Procesverloop
Bij brief van 8 mei 2013 aan de unit Cure van verweerster met als onderwerp “correctie op nacalculatie 2011” heeft appellante verzocht om wijziging van de door haar ingediende nacalculatie Zvw 2011 en om overleg daarover, onder de mededeling dat zij ter zekerstelling van haar rechten tevens een formeel bezwaarschrift heeft ingediend bij de unit Juridische Zaken.
Bij brief van 7 mei 2013 aan de unit Juridische Zaken van verweerster met als onderwerp “bezwaarschrift op nacalculatie 2011” heeft appellante, onder verwijzing naar haar brief aan de unit Cure, meegedeeld dat zij ervan uitgaat dat nader overleg met de unit Cure tot een pragmatische oplossing leidt, doch dat ter zekerstelling van haar rechten middels deze brief een formeel bezwaarschrift wordt ingediend.
Bij brief van 8 mei 2013 aan de unit Juridische Zaken met als onderwerp “bezwaarschrift op nacalculatie 2011” heeft appellante, onder verwijzing naar haar brief aan de unit Care, meegedeeld dat zij ervan uitgaat dat nader overleg met de unit Care tot een pragmatische oplossing leidt, doch dat ter zekerstelling van haar rechten middels deze brief een formeel bezwaarschrift wordt ingediend.
Overwegingen
Appellante had daarnaast voor het jaar 2010 een toeslag aangevraagd voor door haar in het kader van de Zvw en de AWBZ gemaakte meerkosten, die te maken hadden met de zorgzwaarte van haar cliënten (hierna: meerkosten).
Bij e-mail van 31 mei 2012 heeft appellante, in aanvulling op en onder verwijzing naar de nacalculatieaanvragen Zvw en AWBZ 2011 verzocht om toekenning van een toeslag, conform een daarbij gevoegde bijlage. Het betreft een bedrag van € 379.421,-- voor de Zvw en een bedrag van € 1.862.269,-- voor de AWBZ. Deze voor 2011 aangevraagde toeslagen zien zowel op meerkosten als op grijze bedden.
29 augustus 2013 blijkt niet dat zij nog in afwachting was van een beslissing op haar aanvraag. Appellante heeft met die brieven bezwaar gemaakt tegen het door verweerster vastgestelde budget in het kader van de nacalculatie Zvw 2011. Zij heeft daarin gewezen op het verschil tussen de toeslag die voor 2010 was aangevraagd (voor alleen de meerkosten) en de toeslag die voor 2011 was aangevraagd (voor zowel meerkosten als grijze bedden). Appellante heeft verzocht om de toeslag die voor 2011 was aangevraagd te verlagen met het bedrag dat gemoeid was met de grijze bedden en tegelijkertijd de productie die was verantwoord in de nacalculatie 2011 op te hogen met de grijze bedden. Zij verzocht daarbij om een “pragmatische oplossing”. Dat appellante, kennelijk nadat zij de beslissing op bezwaar van 5 april 2013 over het jaar 2010 had ontvangen, tot het inzicht is gekomen dat het opnemen van grijze bedden in de productie 2011 meer kans zou bieden op toekenning van een vergoeding dan het verzoek dat in aanvulling op de nacalculatie was gedaan om een toeslag voor meerkosten en grijze bedden, doet niet af aan het feit dat het appellante na ontvangst van de tariefbeschikking van 14 augustus 2012 duidelijk heeft moeten zijn dat daarmee haar totale budget ZVW voor 2011 was vastgesteld. Voor zover appellante al heeft kunnen twijfelen of met die tariefbeschikking tevens was beslist op het door haar in het kader van de nacalculatie gedane verzoek om vergoeding van meerkosten en grijze bedden had zij binnen de bezwaartermijn contact kunnen opnemen met verweerster, dan wel zekerheidshalve een pro forma bezwaarschrift kunnen indienen.
Het College verwijst in dit verband naar hetgeen hiervoor in r.o. 6 is overwogen. De door appellante genoemde reden waarom zij tegen de tariefbeschikking van 14 augustus 2012 pas bij brief van 7 mei 2013 bezwaar heeft gemaakt leidt niet tot de conclusie dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
was voor de Zvw respectievelijk de AWBZ bepaald dat de gerealiseerde productie diende te worden opgegeven. In het nacalculatieformulier 2010 AWBZ is opgenomen dat de bestuurder van de zorgaanbieder door de ondertekening van dat formulier verklaart dat het formulier naar waarheid en in overeenstemming met de beleidsregels van verweerster is ingevuld. Het nacalculatieformulier 2010 Zvw vermeldt als titel “Formulier nacalculatie op geleverde productie”.
Appellante heeft nog betoogd dat verweerster betrokken was bij het [naam 2] -project, maar dat is niet komen vast te staan. Ook anderszins is niet komen vast te staan dat verweerster ervan op de hoogte was dat in de nacalculatie 2010 niet-gerealiseerde productie (de grijze bedden) was begrepen.
mr. M.M. Smorenburg, in aanwezigheid van mr. J.M.M. Bancken, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2017.