ECLI:NL:CBB:2017:192
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Bevestiging randvoorwaardenkorting wegens onvoldoende mestopslagpreventie verontreiniging
Appellante heeft in 2013 rechtstreekse betalingen aangevraagd waarop verweerder een randvoorwaardenkorting van 3% toepaste vanwege het niet naleven van mestopslagverplichtingen. Dit volgde uit een proces-verbaal van 2 mei 2014, waarin werd vastgesteld dat mestvocht uit een mesthoop op een betonnen ondergrond weglekte naar een nabijgelegen weiland zonder harde ondergrond, wat verontreiniging kon veroorzaken.
Appellante betwistte de juistheid van het proces-verbaal, onder meer over de aard van het vocht en de afdekking van de mesthoop. Het College oordeelde echter dat het proces-verbaal op ambtsbelofte was opgemaakt en dat er geen concrete aanwijzingen waren om aan de juistheid te twijfelen. Bovendien had appellante de gelegenheid gehad om voorafgaand aan het primaire besluit te reageren, maar heeft zij dit nagelaten.
Het College concludeerde dat verweerder terecht de randvoorwaardenkorting van 3% heeft opgelegd conform de toepasselijke Europese regelgeving en Nederlandse milieuwetgeving. Er waren geen omstandigheden die een lagere korting of het achterwege laten daarvan rechtvaardigden. Het beroep van appellante werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de randvoorwaardenkorting van 3% bevestigd.