Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 april 2017 op het hoger beroep van:
tegen de uitspraak van de accountantskamer van 4 april 2016, gegeven op een klacht die is ingediend tegen appellant door de
Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA),
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
“Uit de dossier[s] blijken diverse tekortkomingen waardoor de toetsers eensluidend tot de conclusie komen dat met name de dossier[s] beslist niet voldoen. We zien echter wel dat er de nodige investeringen gedaan zijn (in o.a. software) en merken aan de houding van de heer [naam] dat hij wel bereid is tenminste het vereiste niveau te bereiken. Het is erg jammer dat dit niet eerder ingezien is. Het raamwerk is nl. aanwezig om bij het juiste gebruik daarvan alsnog tot een voldoende te komen. De toetsers geven de Raad daarom ter overweging om het kantoor op redelijk korte termijn nogmaals te laten toetsen. (…)”
Uitspraak van de accountantskamer
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Appellant heeft in hoger beroep vier grieven aangevoerd tegen de gegrondverklaring van de klacht en de opgelegde maatregel. Ter zitting heeft hij twee grieven ingetrokken. Gehandhaafd zijn de volgende grieven: I) de toetsing op 14 november 2014 betrof geen hertoetsing, maar een reguliere (eerste) toetsing, en II) de accountantskamer heeft miskend dat de Raad voor Toezicht ten onrechte, in tegenstelling tot zijn beleid, heeft geadviseerd om een tuchtklacht in te dienen terwijl door de toetsers de verwachting is gewekt dat er korte tijd na de toetsing van 14 november 2014 nogmaals een toetsing zou plaatsvinden.
a) de accountant weigert mee te werken aan de toetsing;
b) de accountant weigert een verbeterplan in te dienen;
c) de accountant heeft bij de eerste toetsing de zaken zo slecht op orde dat de toetsers tot een advies C oordeel komen (voldoet niet) en de accountant onprofessioneel en klachtwaardig heeft gehandeld en ook maatschappelijk bezien een gang naar de tuchtrechter geboden is, eventueel met het verzoek om een voorlopige voorziening;
d) de accountant heeft blijkens de bevindingen bij hertoetsing en het door de Raad geaccordeerde verbeterplan geen of onvoldoende opvolging gegeven aan dit verbeterplan waarbij de indruk is ontstaan dat de accountant niet wil dan wel traineert.
Appellant is van mening dat deze situaties niet op hem van toepassing zijn en dat hem een tweede kans geboden had moeten worden. Bij een nieuwe toetsing op korte termijn zouden de zaken zeker op orde zijn geweest, aldus appellant.