ECLI:NL:CBB:2016:431
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- T.P.J.N. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging randvoorwaardenkorting GLB-subsidie bij nalatigheid opdrachtgever loonwerker
Appellante, een maatschap, ontving een randvoorwaardenkorting van 3% op haar GLB-subsidies over 2014 vanwege het niet-naleven van voorschriften voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dit volgde op een controle door toezichthouders van het Waterschap Vechtstromen, die vaststelden dat een loonbedrijf in opdracht van appellante met het middel Roundup Ultimate (glyfosaat) delen van sloottaluds had doodgespoten.
Appellante voerde aan dat zij geen eigen schuld had omdat zij een ervaren loonwerker had ingeschakeld, duidelijke instructies had gegeven en toezicht hield. Volgens haar was de overschrijding van de randvoorwaarden het gevolg van een inschattingsfout van de loonwerker met betrekking tot de wind.
Het College oordeelde dat de aansprakelijkheid van de subsidieontvanger ook geldt bij nalatigheid in de keuze, het toezicht en de instructies aan de derde, ongeacht het gedrag van deze derde zelf. Gezien de omvang van de schade en de omstandigheden was het niet aannemelijk dat de drift niet kon worden voorkomen. De verlaging van de strafrechtelijke boete aan de loonwerker doet hieraan niets af.
Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de randvoorwaardenkorting gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de randvoorwaardenkorting van 3% op de GLB-subsidies wordt gehandhaafd.