ECLI:NL:CBB:2016:402
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen gedeeltelijke afkeuring bedrijfstoeslag vanwege onjuiste perceelsoppervlakte
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken om de bedrijfstoeslag 2011 te herberekenen en te verlagen vanwege een gedeeltelijke afkeuring van de opgegeven oppervlakte van perceel 14. Verweerder stelde de oppervlakte vast op 1,44 hectare in plaats van de door appellanten opgegeven 2,61 hectare.
Appellanten betoogden dat zij erop mochten vertrouwen dat de oppervlakte van 2,61 hectare correct was, omdat zij in 2009 een oppervlakte van 2,0 hectare hadden opgegeven en verweerder deze toen had gewijzigd. Zij beriepen zich op artikel 80, derde lid, van Verordening 1122/2009, dat terugbetaling uitsluit indien de fout van de bevoegde autoriteit niet redelijkerwijs door de landbouwer kon worden ontdekt.
Het College oordeelde dat appellanten elk jaar zelf de juiste oppervlakte moeten opgeven en zich niet zonder meer mogen baseren op eerdere vaststellingen. Gezien de verschillen in opgegeven oppervlakten en de aard van het perceel, lag de verantwoordelijkheid voor de juiste opgave bij appellanten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de bedrijfstoeslag 2011 wegens onjuiste perceelsoppervlakte wordt ongegrond verklaard.