ECLI:NL:CBB:2016:367
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens bezoedelde schapenkarkassen in strijd met levensmiddelenhygiëne
Appellante werd door de NVWA beboet omdat op haar bedrijf bezoedelde schapenkarkassen werden aangetroffen, wat volgens de Verordening (EG) 852/2004 verboden is. De boete van €2.500,- werd opgelegd door de staatssecretaris van Economische Zaken en door de rechtbank Rotterdam bevestigd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de bezoedeling niet bij haar had plaatsgevonden en dat zij de karkassen na binnenkomst volgens de regels had gereinigd, waardoor geen ongeschikte levensmiddelen bij de consument terechtkwamen. Het College oordeelde echter dat appellante verantwoordelijk is voor het beschermen van levensmiddelen tegen verontreiniging in alle stadia van productie, verwerking en distributie, en dat het toelaten van bezoedelde karkassen op het bedrijf een overtreding vormt.
Het College constateerde dat de nuanceringen van appellante pas ter zitting werden toegelicht en niet met bewijs werden onderbouwd, waardoor deze niet konden worden geverifieerd. De boeteoplegging was niet onzorgvuldig en de rechtbank had terecht geen matiging toegepast. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €2.500,- wegens het in ontvangst nemen en aanwezig hebben van bezoedelde schapenkarkassen.