Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
de Stichting Merem Behandelcentra, te Hilversum, verzoekster,
de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster
Procesverloop
Overwegingen
Voor zover in deze uitspraak een oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van het primaire besluit, is sprake van een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een eventuele bodemprocedure.
Ter onderbouwing van de spoedeisendheid van het verzoek heeft verzoekster aangevoerd en cijfermatig onderbouwd dat bij handhaving van de huidige, in het tariefbesluit van 12 mei 2016 (hierna: tariefbesluit) vermelde tarieven, op de exploitatie van het NAD een dusdanig verlies wordt geleden, dat sluiting van deze vestiging per 1 juli a.s. noodzakelijk wordt. Het tariefbesluit is volgens verzoekster evident onrechtmatig. De gevraagde voorziening is volgens verzoekster nodig om haar effectieve rechtsbescherming tegen dat besluit te kunnen bieden. Een eventuele aanpassing van de tarieven als gevolg van de bezwaar- en beroepsprocedure zal namelijk te laat komen: bij handhaving van de huidige tarieven is er na afronding van de bezwaar- en beroepsprocedure geen NAD meer dat de aangepaste tarieven zou kunnen declareren. Het verzoek strekt ertoe deze onomkeerbare situatie te voorkomen.
Het tariefbesluit heeft tot gevolg dat het NAD moet worden gesloten. Verweerster handelt in strijd met de Zorgverzekeringswet, nu zij haar bevoegdheid tot het vaststellen van prestaties en tarieven gebruikt op een wijze die ertoe leidt dat burgers met refractair astma hun recht op hooggebergtebehandeling niet langer kunnen verwezenlijken. NAD is immers de enige aanbieder van deze behandeling. Weliswaar zijn er enkele andere instituten in de bergen die een behandeling van astma kunnen aanbieden, maar die behandelingen behoren niet tot het verzekerde pakket van de zorgverzekering. Die behandelingen behoren om de volgende redenen niet tot de “stand van de wetenschap en praktijk” en kunnen dan ook niet als alternatief voor de door het NAD geboden behandeling worden beschouwd:
Het tariefbesluit is voorts onvoldoende gemotiveerd.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit de standpuntbepaling van het Zorginstituut van 15 december 2014, waarin het Zorginstituut de hooggebergtebehandeling voor die specifieke doelgroep vooralsnog als te verzekeren prestatie heeft gehandhaafd, blijkt dat de voorwaarde van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van de behandeling slechts is gesteld teneinde in 2018 de effectiviteit van de behandeling voor de betreffende groep beter te kunnen beoordelen. Het betoog van verzoekster slaagt derhalve niet.