ECLI:NL:CBB:2015:257
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving last onder dwangsom bij hondenfokkerij
Appellant exploiteert een hondenfokkerij en kreeg op 14 februari 2013 een last onder dwangsom opgelegd wegens overtredingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en het Honden en Kattenbesluit. De last betrof vier maatregelen, waaronder het beschikken over een vakbekwaamheidsbewijs en het zorgen voor een schone en zindelijke verblijfplaats voor de honden.
Na toezichtscontroles in februari en juni 2013 constateerde de NVWA dat appellant niet aan de maatregelen had voldaan. Verweerder legde daarom dwangsommen op en vorderde deze in augustus 2013 tot een totaal van €7.000,-. Appellant maakte bezwaar en stelde onder meer dat hij het dwangsombesluit niet had ontvangen en dat de overtredingen niet juist waren vastgesteld.
Het College oordeelde dat het dwangsombesluit rechtsgeldig was verzonden en ontvangen. De constateringen van de toezichthouders en de bijbehorende rapporten en foto’s werden als betrouwbaar beschouwd. De stelling van appellant dat twee honden door stress overleden waren, werd niet onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsommen gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de invordering van €7.000,- aan dwangsommen gehandhaafd.