Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 mei 2015 in de zaak van:
Maatschap [naam 1], te [plaats], appellante,
Procesverloop
.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante is door het tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees beboet wegens het niet nemen van bloedmonsters in drie perioden, wat verplicht is voor de monitoring van vesiculaire varkensziekte (SVD) en de Ziekte van Aujeszky (ZvA). Zij betwistte de willekeurigheid van het systeem waarbij varkenshouders zelf mogen bepalen wanneer binnen een periode van vier maanden bloedmonsters worden genomen. Het College oordeelt dat deze vrijheid niet leidt tot willekeur of onaanvaardbaarheid, maar constateert dat appellante materieel en formeel de voorschriften heeft overtreden doordat er meer dan acht maanden tussen de monsternemingen zat.
Appellante voerde tevens bezwaar tegen de hoogte van de boete en de ernst van de overtreding. Het College bevestigt de ernst vanwege het belang van het behoud van de officiële ziekte-vrije status van Nederland en de exportbelangen van de varkenshouderij. Ondanks herhaalde waarschuwingen en de mogelijkheid om alsnog bloedmonsters te laten nemen, heeft appellante dit niet gedaan. De opgelegde boete van €3.000,-, waarvan de helft voorwaardelijk, wordt passend geacht.
De wettelijke grondslag bestond uit de Verordening monitoring vesiculaire varkensziekte 2009 en de Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky bij varkens 2008, in samenhang met het Besluit ZvA. Het College verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de boete en het oordeel van het tuchtgerecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €3.000,- wordt bevestigd.