Appellante ontving een korting van 3% op haar GLB-subsidies over 2013 vanwege het niet naleven van de minimale vloeroppervlakte per kalf zoals voorgeschreven in het Kalverenbesluit. Tijdens een controle op 4 januari 2013 bleek dat enkele kalveren tijdelijk onvoldoende ruimte hadden, veroorzaakt door het samenplaatsen van kalveren om ziektes te voorkomen.
Appellante verplaatste de kalveren direct na de eerste controle, waarna een hercontrole bevestigde dat aan de eisen werd voldaan. Zij stelde dat de overtreding licht was en niet om bedrijfseconomische redenen plaatsvond. Verweerder handhaafde echter de korting van 3% op basis van Europese regelgeving.
Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de bijzondere omstandigheden en de lichte aard van de overtreding. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Het College stelde zelf een korting van 1% vast, passend bij de ernst van de overtreding, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.