Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] en [naam 2],
de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder,
Procesverloop
Namens verweerder zijn verschenen [naam 5] (dierenarts bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), [naam 6] en [naam 7] (toezichthouders bij de NVWA).
Overwegingen
Voor zover in deze uitspraak een oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van het aangevochten besluit, is sprake van een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een eventuele bodemprocedure.
Naar de vermagering van de verschillende dieren te oordelen is het waarschijnlijk dat de aangetroffen toestand al enkele weken bestaat.
De dierhouder heeft nagelaten de pony’s naar behoren te verzorgen. Sommige dieren hebben extra voer nodig en behoeven nader onderzoek van een deskundige onder andere op het gebied van mogelijke besmetting met parasieten en gebitsproblemen (…)."
Ook al leven de dieren in een min of meer natuurlijke omgeving en worden zij ingezet met het oog op natuurbeheer: dit neemt niet weg dat verzoekster deze dieren houdt in de zin van de Wet dieren en dat zij aan de bepalingen van die wet en van het Besluit dient te voldoen. Dat betekent onder meer dat pony’s waar nodig individueel moeten worden bijgevoerd.
Nu vooralsnog voldoende aannemelijk is dat het overgrote deel van de pony’s in een goede conditie verkeert, en alle pony’s bovendien inmiddels zijn verplaatst naar de [naam 9], bestaat er naar dezerzijds voorlopig oordeel onvoldoende grond om een algemene maatregel op te leggen die inhoudt dat verzoekster ervoor moet zorgen dat de pony’s steeds over een toereikende hoeveelheid gezond en voor de soort en leeftijd geschikt (ruw)voer kunnen beschikken, opdat de dieren in goede gezondheid blijven en aan hun voedingsbehoefte wordt voldaan (maatregel 2 van de last). Verder is vast komen te staan dat verzoekster geen bezwaar heeft tegen maatregel 4 en dat in zoverre al aan de last is voldaan. De resterende maatregelen zijn evenwel naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter terecht opgelegd, met dien verstande dat verweerder redelijkerwijs alleen van verzoekster mag verlangen dat zij pony’s individueel bijvoedert indien er geen twijfel over bestaat dat deze pony’s thans, bijna een maand na de uitgevoerde controle en enkele weken na verplaatsing naar de [naam 9], nog steeds (ernstig) vermagerd zijn, ondanks het feit dat de dieren thans mogelijk over (ruim) voldoende voedsel beschikken.
www.paardenkenniscentrum.nl;
Beslissing
www.paardenkenniscentrum.nl);
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 328,- aan verzoekster
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een
mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
12 november 2014.