ECLI:NL:CBB:2014:190
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.F.B. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bedrijfstoeslag wegens onvoldoende motivering uitsluiting bermpercelen
Appellant betwistte de afwijzing van zijn bezwaarschrift tegen het besluit van de staatssecretaris waarin een aantal percelen, aangeduid als bermen, niet werden erkend als subsidiabele landbouwgrond voor de bedrijfstoeslag 2011. De staatssecretaris beriep zich op Europese regelgeving en beleidsregels die bermen uitsluiten vanwege hun infrastructurele functie.
Het College oordeelde dat appellant de percelen bemest, maait en gebruikt als veevoer, waardoor het landbouwgrond betreft. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd waarom deze percelen volledig als bermen moesten worden aangemerkt en daarmee niet subsidiabel waren. De ligging naast de weg alleen is onvoldoende om de gehele percelen als bermen te kwalificeren.
Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat het nieuwe beleid tijdig was gepubliceerd. Ook het beroep op het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel werd verworpen. Het College vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek en gaf de staatssecretaris drie maanden de tijd voor een nieuw besluit, waarbij de vergoeding van het betaalde griffierecht werd bevolen.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd wegens onvoldoende motivering en de staatssecretaris moet binnen drie maanden een nieuw besluit nemen.