ECLI:NL:CBB:2013:CA2371
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.A. van der Ham
- W.E. Doolaard
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoverschrijding gebruiksnorm dierlijke meststoffen bij derogatie
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Economische Zaken tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die een boete wegens overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen aan de hand van de verhoogde gebruiksnorm van 250 kilogram stikstof per hectare per jaar heeft vastgesteld.
De maatschap had zich aangemeld voor derogatie, waardoor zij in beginsel de verhoogde gebruiksnorm mocht toepassen. De staatssecretaris stelde echter dat de maatschap niet aan alle voorwaarden voldeed, waardoor de reguliere norm van 170 kilogram stikstof per hectare per jaar zou moeten gelden. De rechtbank oordeelde dat de maatschap wel aan de derogatievoorwaarden voldeed, met name de 70%-grasland-eis, en stelde de boete dienovereenkomstig vast.
In hoger beroep betoogde de staatssecretaris dat het voldoen aan alle gebruiksnormen een voorwaarde is voor toepassing van de verhoogde norm, en dat bij overschrijding van één van deze normen de reguliere norm geldt. Het College oordeelde dat deze voorwaarde niet duidelijk en voorzienbaar in de wet is opgenomen en dat de derogatiebeschikking geen directe werking heeft. Het College bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat de boete terecht is vastgesteld aan de hand van de verhoogde gebruiksnorm.
Daarnaast wees het College het verweer van de maatschap betreffende overschrijding van beslistermijnen af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van de maatschap.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt afgewezen en de boete blijft vastgesteld op basis van de verhoogde gebruiksnorm.