ECLI:NL:CBB:2013:CA2239
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.A. van der Ham
- W.E. Doolaard
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes wegens overschrijding gebruiksnormen Meststoffenwet bevestigd en aangepast
In deze zaak staat centraal of de staatssecretaris terecht bestuurlijke boetes heeft opgelegd aan A c.s. wegens overschrijding van de gebruiksnormen voor meststoffen in 2007. De discussie spitst zich toe op de vraag of bepaalde gehuurde percelen landbouwgrond tot het bedrijf van A c.s. behoren en of de verhoogde gebruiksnorm (derogatie) van toepassing is. Het College concludeert dat A c.s. niet de feitelijke beschikkingsmacht hadden over de betreffende percelen, waardoor deze buiten beschouwing mochten blijven bij de berekening van de gebruiksnormen.
Voorts oordeelt het College dat de boete terecht is vastgesteld aan de hand van de verhoogde gebruiksnorm, omdat niet is gebleken dat A c.s. niet aan de derogatievoorwaarden voldeden. De rechtbank had echter ten onrechte het boetemaximum van artikel 62, tweede lid, Meststoffenwet toegepast; het zwaardere regime van het eerste lid is hier van toepassing. Matiging van de boetes wordt afgewezen, mede omdat de wetgever bij de boetebepaling al rekening heeft gehouden met het economische voordeel.
Het College vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover de boetes werden vastgesteld op € 77.008,50 en stelt de boetes vast op een totaalbedrag van € 86.958,50. Het hoger beroep van A c.s. wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Bestuurlijke boetes worden bevestigd en vastgesteld op een totaalbedrag van € 86.958,50.