ECLI:NL:CBB:2013:BZ4110
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- W.E. Doolaard
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen waarschuwing accountant wegens onvoldoende controlemaatregelen bij frauderisico
In deze zaak stond de klacht centraal dat een accountant bij de controle van de jaarrekeningen fraude door een medewerker van klaagster niet had gesignaleerd, ondanks dat hij het frauderisico had onderkend. Daarnaast werd betwist dat de afgegeven goedkeurende accountantsverklaringen op een deugdelijke grondslag berustten en dat de accountant handelde in strijd met de eisen van deskundigheid en zorgvuldigheid.
De accountantskamer had de klacht in alle onderdelen gegrond verklaard en een waarschuwing opgelegd. In hoger beroep oordeelde het College dat de primaire verantwoordelijkheid voor het voorkomen en ontdekken van fraude bij klaagster zelf ligt en dat het niet ontdekken van de fraude de accountant niet kan worden toegerekend. Daarmee werd klachtonderdeel a ongegrond verklaard.
Het College bevestigde echter dat de accountant onvoldoende aanvullende controlemaatregelen had getroffen, ondanks het onderkende frauderisico. Dit verzuim maakte dat de goedkeurende verklaringen niet op een deugdelijke grondslag berusten en dat sprake is van schending van professionele normen. Daarom bleef de maatregel van schriftelijke waarschuwing passend en geboden.
De uitspraak van de accountantskamer werd vernietigd voor zover deze klachtonderdeel a betrof, maar in stand gelaten voor de overige onderdelen. Het hoger beroep werd daarmee gegrond verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard voor niet ontdekken fraude, waarschuwing gehandhaafd wegens onvoldoende controlemaatregelen.