ECLI:NL:CBB:2013:BZ3407
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling bedrijfstoeslag 2010 wegens ontbreken procesbelang
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken waarin de bedrijfstoeslag voor 2010 is vastgesteld op basis van een geconstateerde oppervlakte van 46,48 hectare. Appellant betwistte de oppervlaktebepaling en stelde dat de administratieve controle niet voldeed aan de vereisten van de Europese verordening, mede omdat geen veldinspectie heeft plaatsgevonden.
Het College overwoog dat voor de ontvankelijkheid van het beroep vereist is dat met het beroep een wijziging van het rechtsgevolg van het bestreden besluit wordt nagestreefd. In eerdere jaren werd procesbelang aangenomen vanwege een voorschotbesluit en een definitieve toekenningsbeslissing, maar in 2010 was er geen onverwachte wijziging in meetmethoden en waren landbouwers geïnformeerd en hadden zij gelegenheid tot aanpassing.
Aangezien appellant reeds toeslagrechten had toegekend gekregen die overeenkwamen met de geconstateerde oppervlakte, zou een vergroting van de oppervlakte door toevoeging van betwiste stroken gras en sloten geen verandering in het toegekende bedrag tot gevolg hebben. Daarom ontbrak het aan procesbelang en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het College veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van appellant, waaronder het betaalde griffierecht, vanwege onduidelijkheid veroorzaakt door de werkwijze in 2009 omtrent de mogelijkheid tot beroep op oppervlaktebepalingen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.