ECLI:NL:CBB:2013:BZ2885
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op bedrijfstoeslag 2010 wegens ontbreken procesbelang
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken waarin de bedrijfstoeslag voor het jaar 2010 werd vastgesteld. Zij betwist de aangepaste oppervlakte van 41 van haar 59 percelen, omdat volgens haar een deel van het grasland ten onrechte buiten beschouwing is gelaten. Daarnaast verzocht zij om een veldinspectie en vergoeding van proceskosten.
Het College overweegt dat voor ontvankelijkheid van het beroep vereist is dat met het beroep een wijziging van het rechtsgevolg van het bestreden besluit wordt nagestreefd. Verweerder stelt dat de oppervlaktewijziging geen invloed heeft op de hoogte van de bedrijfstoeslag, zodat procesbelang ontbreekt.
Het College verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin procesbelang werd aangenomen vanwege een voorschotbesluit en een definitieve toekenningsbeslissing. Voor 2010 is echter geen onverwachte wijziging in meetmethoden aangebracht en is appellante geïnformeerd over de nieuwe benadering. Omdat de reeds toegekende toeslag het maximale bedrag betreft, kan een vergroting van de oppervlakte geen extra toeslag opleveren.
Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Het College bepaalt dat verweerder het door appellante betaalde griffierecht vergoedt vanwege de onduidelijkheid die is ontstaan door de werkwijze in 2009. Andere proceskosten zijn niet vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en appellante krijgt het griffierecht vergoed.