Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2013 in de zaak tussen
[naam], te [woonplaats], appellant
Procesverloop
Overwegingen
a. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
b. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
c. delegatie van de bevoegdheid besluiten te nemen met betrekking tot de subsidie;
d. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
e. de verplichtingen voor de subsidie-ontvanger;
f. de vaststelling van de subsidie;
g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
3. (…)
(…)
veiligheidsadviseur:een onafhankelijke veiligheidsdeskundige:
veiligheidsmaatregelen:de in een veiligheidsscan genoemde maatregelen ten behoeve van de preventie van criminaliteit;
veiligheidsscan:een door een veiligheidsadviseur uitgevoerd onderzoek naar te nemen maatregelen ten behoeve van de preventie van criminaliteit in één of meer vestigingen van een MKB-ondernemer of in de voor de bedrijfsvoering van een MKB-ondernemer relevante bedrijfsmiddelen en waarin in ieder geval wordt ingegaan op de te nemen organisatorische, bouwkundige, elektronische en digitale maatregelen en hun onderlinge samenhang.
(…)
b. (…)
(…)
2. (…)
2. (…)
De veiligheidsadviseur
8. Sanctie
Appellant heeft tegen hetgeen gesteld is in verweerders brief van 11 februari 2011 bezwaar gemaakt bij brief van 14 februari 2011. Verweerder heeft appellant per 24 februari 2011 geschrapt van de in de hierboven vermelde toelichting bedoelde lijst van veiligheidsadviseurs.
Aan de andere kant ontstaat er materieel wel een rechtsverhouding tussen enerzijds Agentschap NL en de veiligheidsadviseur en anderzijds tussen de subsidieontvanger en de veiligheidsadviseur. Met het schrappen van de veiligheidsadviseur van de VKB-lijst worden deze rechtsverhoudingen opgeheven. Gelet op het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat uw bezwaarschrift ontvankelijk is.”
Ter zitting heeft appellant, daarnaar gevraagd, gesteld dat hij omzet is misgelopen nadat hij door verweerder niet langer als veiligheidsadviseur op de website werd vermeld, aangezien ondernemers de kosten voor het door hem uitvoeren van een veiligheidsscan vanaf dat moment niet meer gesubsidieerd konden krijgen. Deze stelling komt het College op zichzelf niet onaannemelijk voor, zodat appellant belang houdt bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
Het enkele vermelden echter in de hiervoor onder 1. aangehaalde toelichting bij de Subsidieregeling, dat ook een veiligheidsadviseur die niet op de site van SenterNovem vermeld staat maar wel aan de materiële eisen van de Subsidieregeling voldoet een veiligheidsscan kan uitvoeren waarvan de kosten voor subsidiëring in aanmerking kunnen komen, maakt niet dat de hiervoor genoemde praktische onmogelijkheden om zulks te doen worden weggenomen. Het gaat hier immers om een schrapping van de lijst op basis van een besluit van verweerder dat tot stand is gekomen na uitgebreide toetsing en beoordeling van diverse feiten en omstandigheden aan de hand van de in de Gedragscode vermelde eisen. Over deze eisen, feiten en omstandigheden en de daaraan te verbinden conclusies bestaat naar hun aard voor een aanvrager geen zodanige duidelijkheid dat valt aan te nemen dat enige aanvrager bereid zal zijn, ondanks het niet meer voorkomen van appellant op de meergenoemde lijst, appellant nog in te schakelen bij een door de aanvrager gewenste veiligheidsscan. De omstandigheid dat de systematiek van het wettelijke kader dus de mogelijkheid biedt dat verweerder, ook in een geval als dit, op het moment van het nemen van een beslissing op een subsidieaanvraag voor een uitgevoerde veiligheidsscan tevens beslist over de vraag of de scan is uitgevoerd door een veiligheidsadviseur, die aan de meerbedoelde eisen voldoet, heeft – mede vanwege het feit dat het hier niet om eisen gaat waarvan de aanvrager zelf eenvoudig kan vaststellen of daaraan is voldaan – een dermate theoretisch karakter, dat daaraan niet de conclusie kan worden verbonden dat het thans bestreden besluit van verweerder in voldoende mate in verband staat met een besluit van verweerder tot het verstrekken van subsidie en derhalve geacht kan worden zijn grondslag te vinden in de Kaderwet.
Beslissing
19 december 2013.