ECLI:NL:CBB:2013:127

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
7 augustus 2013
Publicatiedatum
13 september 2013
Zaaknummer
AWB 12/10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72, derde lid, aanhef en onder b, Algemene wet bestuursrechtRegeling GLB-inkomenssteun 2006
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding kosten GPS-meting bij vaststelling oppervlakte landbouwpercelen

Appellante, een maatschap, heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde oppervlakte van haar landbouwpercelen in het kader van de bedrijfstoeslag 2010. Verweerder had aanvankelijk een lagere oppervlakte vastgesteld dan opgegeven, waarna een bezwaarprocedure volgde. Appellante voerde aan dat een door haar uitgevoerde GPS-meting een andere oppervlakte aangaf en verzocht vergoeding van de kosten van deze meting en het bezwaar.

Verweerder herzag het besluit gedeeltelijk en stelde de oppervlakte van enkele percelen bij op basis van de GPS-gegevens, maar weigerde vergoeding van de kosten van de GPS-meting en het bezwaar. Het College overweegt dat procesbelang ontbreekt bij vaststelling van oppervlakten indien alle toeslagrechten zijn uitbetaald, tenzij vergoeding van kosten wordt gevraagd en nog niet is toegekend.

Omdat appellante geen professionele rechtsbijstand had ingeschakeld, zijn geen kosten voor bezwaarvergoeding vastgesteld. Wel heeft verweerder toegezegd de kosten van de GPS-meting te vergoeden volgens het standaardtarief. Het College vernietigt het bestreden besluit voor zover geen vergoeding is toegekend voor de GPS-kosten, stelt deze kosten vast op €625,50 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte. Tevens wordt het betaalde griffierecht van €302,- aan appellante vergoed.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en vergoeding van de kosten van de GPS-meting en griffierecht wordt toegekend.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 12/10
5101

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2013 in de zaak tussen

maatschap [A] en [B], te [vestigingsplaats], appellante

en

de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder

(gemachtigde: drs. M. Star).

Procesverloop

Bij besluit van 21 april 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder de bedrijfstoeslag van appellante voor het jaar 2010 op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 (de Regeling) vastgesteld.
Bij besluit van 22 november 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante gedeeltelijk gegrond verklaard.
Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij besluit van 3 mei 2012 heeft verweerder het bestreden besluit herzien.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2013. Appellante is niet verschenen. Voor verweerder is genoemde gemachtigde verschenen.

Overwegingen

1.
Appellante heeft voor 2010 om uitbetaling van haar toeslagrechten verzocht en hiervoor
29 percelen met een totale oppervlakte van 79.94 ha opgegeven. Bij het primaire besluit heeft verweerder de bedrijfstoeslag vastgesteld. Bij die vaststelling is verweerder uitgegaan van 61,40 beschikbare toeslagrechten en een definitieve (geconstateerde) oppervlakte van 61.40 ha.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder appellantes bezwaar hiertegen gedeeltelijk gegrond verklaard en de geconstateerde oppervlakte van een aantal percelen gewijzigd vastgesteld.
2.
Appellante heeft tegen het bestreden besluit aangevoerd dat zij het niet eens is met de door verweerder geconstateerde en gecorrigeerde oppervlakten. Appellante heeft in haar beroepschrift aangegeven dat zij een GPS-meting heeft laten uitvoeren door [C] te [woonplaats] en dat uit deze meting volgt dat de door verweerder vastgestelde oppervlakten niet juist zijn. Appellante heeft verweerder verzocht om de percelen vast te stellen op de oppervlakte zoals die blijkt uit de GPS-meting en om de kosten van het bezwaarschrift en van de meting te vergoeden.
3. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder aan de hand van de GPS-gegevens het bezwaarschrift opnieuw beoordeeld. Dit heeft geresulteerd in het herziene besluit van 3 mei 2012, waarbij verweerder de geconstateerde oppervlakte van een aantal percelen gewijzigd heeft vastgesteld. Verweerder heeft geen vergoeding van de kosten van het bezwaarschrift verstrekt aangezien niet is gebleken dat appellante zulke kosten heeft gemaakt. Het besluit vermeldt niets omtrent een vergoeding van de kosten van de GPS-meting.
4.1
Het College overweegt als volgt. Vaststaat dat alle beschikbare toeslagrechten van appellante zijn uitbetaald. In procedures met betrekking tot de vaststelling van de oppervlakten van percelen landbouwgrond neemt het College in een dergelijk geval geen procesbelang aan. Het College verwijst daartoe naar zijn uitspraak van 26 september 2012 (LJN: BY0527).
4.2
Volgens vaste jurisprudentie heeft een betrokkene echter belang bij de beoordeling van het beroep indien hij heeft verzocht om vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure en deze kosten (nog) niet zijn vergoed. Deze situatie doet zich thans voor.
4.3.1
Het College stelt vast dat appellante zich in het kader van haar bezwaarschrift niet heeft voorzien van professionele rechtsbijstand zodat verweerder in zoverre terecht heeft beslist dat van voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken.
4.3.2
De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting van het College echter toegezegd dat de kosten van de GPS-meting alsnog zullen worden vergoed volgens het door verweerder gehanteerde standaardtarief. Gelet hierop zal het College het beroep gegrond verklaren, het bestreden besluit vernietigen voor zover daarbij geen vergoeding is toegekend voor bedoelde kosten en met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht bepalen dat de uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van het besluit. Uitgaande van het door verweerder gehanteerde standaardtarief van € 15,- per gemeten hectare en een uit de factuur van
31 december 2011 blijkend aantal van 41.70 gemeten ha stelt het College deze kosten vast op
€ 625,50.
5.
Van in het kader van de beroepsprocedure voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is het College niet gebleken.

Beslissing

Het College:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij geen vergoeding is toegekend voor de kosten van de namens appellante verrichte GPS-meting;
  • stelt deze kosten vast op € 625,50 (zegge: zeshonderdvijfentwintig euro en vijftig eurocent) en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van het besluit;
  • bepaalt dat verweerder het door appellante betaalde griffierecht ad € 302,- (zegge: driehonderdtwee euro) aan haar vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, in aanwezigheid van mr. E. van Kerkhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2013.
w.g. C.J. Waterbolk de griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen.