ECLI:NL:CBB:2012:BZ2569
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- C.J. Waterbolk
- H.S.J. Albers
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vaststelling toeslagrechten na beëindiging VOF
A heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van zijn toeslagrechten op nul door de Staatssecretaris, naar aanleiding van de beëindiging van de vennootschap onder firma (VOF) 'Zeeuwse Kalverhouderij Het groene wegje'. De VOF werd opgericht per 1 juli 2003 en ontbonden per 1 oktober 2004, waarna BKC de bedrijfsactiviteiten overnam.
De kern van het geschil betrof de vraag of A nog als dezelfde landbouwer kon worden beschouwd die in de referentieperiode (2000-2002) betalingen ontving en daarmee recht had op toeslagrechten. Volgens de geldende EU-regelgeving is dit afhankelijk van wie tot en met 31 december 2005 de controle had over beheer, winst en financiële risico's van het bedrijf.
Het College oordeelde dat A vanaf de oprichting van de VOF de controle had gedeeld en na ontbinding niet meer het bedrijf voortzette. Uit rechterlijke uitspraken bleek dat A geen passende regeling had getroffen om het bedrijf voort te zetten. Hierdoor was hij niet de landbouwer die aan de voorwaarden voldeed. De vaststelling van de toeslagrechten op nul door de Staatssecretaris was daarom terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van A tegen de vaststelling van zijn toeslagrechten op nul wordt ongegrond verklaard.