ECLI:NL:CBB:2012:BZ2567
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen korting bedrijfstoeslag wegens dubbele aanvraag percelen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de Staatssecretaris van Economische Zaken om een extra korting toe te passen op haar bedrijfstoeslag 2010 vanwege dubbele aanvragen voor percelen 18 en 19. Appellante gaf aan deze percelen per abuis te hebben opgegeven en verzocht deze te verwijderen.
Het geschil betrof de vraag of de extra korting van tweemaal het verschil tussen opgegeven en geconstateerde oppervlakte terecht was toegepast op grond van artikel 58 van Pro Verordening (EG) nr. 1122/2009. Appellante voerde aan dat het zorgvuldigheids-, evenredigheids- en vertrouwensbeginsel en een kennelijke fout tot correctie van de aanvraag hadden moeten leiden.
Het College oordeelde dat appellante niet eerder dan in telefoongesprekken na de indiening om correctie had verzocht, terwijl correctie volgens artikel 25 van Pro de verordening daarna niet meer mogelijk was. Ook werd een kennelijke fout verworpen omdat de dubbele aanvraag pas na nader onderzoek bleek. De extra korting was daarom terecht toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de extra korting op de bedrijfstoeslag wegens dubbele aanvraag van percelen wordt ongegrond verklaard.