ECLI:NL:CBB:2012:BZ1955
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- W.A.J. van Lierop
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond verklaard in accountantstuchtzaak over verkeerde advisering en belangenverstrengeling
Appellante, een accountantsfirma, stelde in hoger beroep dat betrokken accountants tuchtrechtelijk verwijtbaar hadden gehandeld door verkeerde advisering bij de overname van een aandeel, onjuiste financiële verslaggeving en belangenverstrengeling met een makelaardij en een bank.
De accountantskamer had de klacht van appellante reeds ongegrond verklaard. Appellante wilde haar klacht uitbreiden en herformuleren, maar het College oordeelde dat deze nieuwe onderdelen niet als nieuwe klachten konden worden aangemerkt en daarom wel in behandeling konden blijven.
Het College overwoog dat appellante onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld en aannemelijk gemaakt die het verwijtbaar handelen van de betrokken accountants konden onderbouwen. De stellingen van appellante werden gemotiveerd weersproken door de accountants en het College sloot zich aan bij de eerdere overwegingen van de accountantskamer.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de accountantskamer gehandhaafd. De beslissing is gebaseerd op de Wet tuchtrechtspraak accountants en de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de accountantskamer gehandhaafd.