ECLI:NL:CBB:2012:BY6876
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- H.S.J. Albers
- M. de Mol
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over meetmethode hellende oppervlakten bedrijfstoeslag 2009
Appellant betwistte de door verweerder vastgestelde oppervlakte van zijn landbouwpercelen voor de bedrijfstoeslag 2009, omdat deze volgens hem onjuist was gemeten. Appellant stelde dat vanwege de hellingshoek van de taluds langs sloten een driedimensionale meetmethode toegepast had moeten worden, wat zou leiden tot een grotere oppervlakte dan de tweedimensionale meting in het platte vlak die verweerder hanteerde.
Verweerder verdedigde de keuze voor de tweedimensionale meetmethode, gebaseerd op Europese regelgeving en praktijk binnen lidstaten, en wees het door appellant overgelegde meetrapport af wegens het ontbreken van digitale meetbestanden en het niet voldoen aan de technische normen. Het College oordeelde dat de Europese regelgeving geen specifieke meetmethode voorschrijft en dat verweerder vrij is een redelijke meetmethode te kiezen.
Verder werd het beroep tegen het oorspronkelijke besluit van 24 december 2010 niet-ontvankelijk verklaard omdat het procesbelang was komen te vervallen. Het beroep tegen het herziene besluit van 21 april 2011 werd ongegrond verklaard. Het College achtte de tweedimensionale meetmethode toelaatbaar en vond geen reden om de oppervlaktevaststelling te wijzigen. Ook het verzoek om percelen niet in aanmerking te nemen werd afgewezen omdat deze niet tijdig waren opgegeven.
De uitspraak bevestigt dat de meetmethode van hellende oppervlakten binnen de bedrijfstoeslagregeling niet wettelijk is voorgeschreven en dat een tweedimensionale meting in lijn is met Europese praktijk. Het beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 24 december 2010 werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 21 april 2011 ongegrond.