ECLI:NL:CBB:2012:BY0500
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- H.S.J. Albers
- M. de Mol
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over terugvordering onverschuldigde bedrijfstoeslag en kennelijke fout
Appellant diende een gecombineerde opgave in voor bedrijfstoeslag 2007, waarbij percelen 1 tot en met 4 waren opgegeven zonder deze aan te kruisen voor uitbetaling. Verweerder stelde vast dat dit een kennelijke fout was en stond correctie toe. Percelen 5 en verder werden later toegevoegd, maar dit was na de uiterste indieningsdatum en werd door verweerder als te late wijziging afgewezen. Verweerder vorderde de onverschuldigde betalingen voor deze percelen terug.
Appellant betoogde dat ook voor de percelen 5 en verder sprake was van een kennelijke fout en dat de terugvordering onterecht was omdat de fout van verweerder niet redelijkerwijs door hem kon worden ontdekt. Het College oordeelde dat de percelen 5 en verder terecht niet in aanmerking werden genomen vanwege te late indiening en dat de kennelijke fout-regeling niet van toepassing was op deze percelen. Echter, het College stelde vast dat de terugvordering onterecht was omdat appellant de fout van verweerder niet redelijkerwijs kon ontdekken, mede gezien het feit dat het het eerste jaar van toepassing van de regeling betrof en er geen jurisprudentie bestond.
Het College verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de terugvorderingsbesluiten voor zover het teveel betaalde werd teruggevorderd en veroordeelde verweerder in de proceskosten van appellant. Tevens werd het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de terugvorderingsbesluiten worden vernietigd voor zover het teveel betaalde wordt teruggevorderd.