ECLI:NL:CBB:2012:BX9742
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L.W. Aerts
- H.C. Cusell
- P.M. van der Zanden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen accountantsklacht inzake melding civielrechtelijke vordering in jaarrekening en samenstellingsverklaring
Appellant stelde een klacht in tegen betrokkene, een accountant, vanwege het niet vermelden van een civielrechtelijke vordering van E AB tegen D B.V. in de jaarrekening 2002 en samenstellingsverklaring. De accountantskamer verklaarde een deel van de klacht niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en een ander deel ongegrond, met name het deel dat pas ter zitting werd ingebracht.
In hoger beroep betwist appellant dat het betreffende klachtonderdeel een uitbreiding van de klacht betreft en stelt dat het onderdeel deel uitmaakt van hetzelfde feitencomplex. Het College oordeelt echter dat het niet melden van de vordering een zelfstandig verwijt is en dat het te laat indienen van dit onderdeel terecht is afgewezen.
Verder overweegt het College dat betrokkene zijn werkzaamheden als accountant in het kader van een samenstellingsopdracht heeft uitgevoerd, waarbij geen onderzoeksplicht bestond om de juistheid van de aangeleverde gegevens te verifiëren, tenzij sprake was van bijzondere omstandigheden. De situatie rond de civielrechtelijke vordering was complex, maar betrokkene mocht uitgaan van de inschatting van het bestuur en de advocaat van D B.V.
Ten aanzien van de mededelingsplicht bij de verkoop van aandelen oordeelt het College dat betrokkene geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt omdat appellant als koper onderzoeksplicht had en bekend was met de problematiek. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de klacht tegen betrokkene wordt afgewezen.