ECLI:NL:CBB:2012:BX8490
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Herstel van heffingsbesluiten bijzondere heffing vollegrondsgroenten en fruit 2008 zonder strijd met rechtszekerheid en ne bis in idem
In deze zaak hebben appellanten bezwaar gemaakt tegen door het Productschap Tuinbouw opgelegde heffingen over het jaar 2008 op grond van de Verordeningen bijzondere heffing vollegrondsgroenten en fruit en champignons 2008. De heffingen waren aanvankelijk opgelegd vóór afloop van het kalenderjaar, wat volgens de verordeningen niet was toegestaan. Verweerder heeft dit gebrek hersteld door de heffingsbesluiten in te trekken en de heffingen opnieuw op te leggen met terugwerkende kracht per 1 januari 2009.
Appellanten voerden onder meer aan dat de heffingen niet door het bevoegde bestuursorgaan waren opgelegd, dat het herroepen en opnieuw opleggen met terugwerkende kracht niet was toegestaan, en dat dit in strijd zou zijn met het fiscale ne bis in idem-beginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Het College oordeelde dat de voorzitter van het Productschap bevoegd was de heffingen op te leggen en dat eventuele bevoegdheidsgebreken in de bezwaarprocedure konden worden hersteld.
Verder stelde het College vast dat het herroepen van de eerste heffingsnota's en het opnieuw opleggen per 1 januari 2009 geen strijd opleverde met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat appellanten bekend waren met de heffing over het kalenderjaar 2008 en het bedrag gelijk bleef. Ook was geen sprake van dubbele belasting, zodat het fiscale ne bis in idem-beginsel niet werd geschonden.
Het College wees ook andere beroepsgronden af, waaronder dat niet alle bedrijfsgenoten werden betrokken en dat de opbrengst van de heffing niet inzichtelijk werd verdeeld. Wel stelde het College vast dat verweerder de proceskosten van appellanten in bezwaar en beroep diende te vergoeden, inclusief griffierechten. Het beroep van één appellant werd ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid. De overige beroepen werden gegrond verklaard en de bestreden besluiten vernietigd voor zover geen proceskostenvergoeding was toegekend.
Uitkomst: Het beroep van enkele appellanten wordt gegrond verklaard, de heffingsbesluiten worden hersteld en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.