ECLI:NL:CBB:2012:BW8901
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over heffing bloemkwekerijproducten en doorberekeningssystematiek
Appellanten, waaronder Vinkaplant B.V., stelden beroep in tegen heffingen opgelegd door het Productschap Tuinbouw op grond van de Verordening vakheffing bloemkwekerijproducten 2009 en de daaropvolgende wijzigingsverordening. De kern van het geschil betrof de grondslag van de heffing over het jaar 2009, de doorberekeningssystematiek van de heffing aan kopers, en de rechtszekerheid omtrent terugwerkende kracht van de wijzigingsverordening.
Het College oordeelde dat de wijzigingsverordening met terugwerkende kracht de heffing over 2009 rechtsgeldig vaststelde, en dat de doorberekeningssystematiek niet in strijd is met artikel 126 van Pro de Wet op de bedrijfsorganisatie. Wel werd geoordeeld dat het in rekening brengen van het kopersdeel van de heffing voor verkopen via Duitse veilingen in strijd is met artikel 110 VWEU Pro, waardoor het besluit voor zover dit betreft moet worden vernietigd.
Verder wees het College de grieven over het ontbreken van restitutiemogelijkheden voor importeurs en de tariefstelling af. Tot slot veroordeelde het College verweerder tot vergoeding van de proceskosten van appellanten en het betaalde griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door mr. M. Munsterman op 15 juni 2012, waarbij het beroep gegrond werd verklaard en het besluit gedeeltelijk werd vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de heffing via Duitse veilingen betreft.