ECLI:NL:CBB:2012:BW4847
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- R.F.B. van Zutphen
- C.J. Waterbolk
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Verrekening bedrijfstoeslag 2009 met bestuurlijke geldschuld van appellante
Appellante, een maatschap, stelde beroep in tegen besluiten van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie betreffende de verrekening van een teruggevorderde bedrijfstoeslag 2006 met de bedrijfstoeslag 2009.
De Staatssecretaris had in 2008 vastgesteld dat appellante ten onrechte €351.210,60 had ontvangen en dit bedrag moest terugbetalen. Omdat appellante dit bedrag nog niet had terugbetaald, werd dit verrekend met de bedrijfstoeslag 2009. Appellante betwistte deze verrekening en stelde onder meer dat zij een toezegging had gekregen dat de verrekening pas na de beroepsprocedure zou plaatsvinden en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden.
Het College oordeelde dat de verrekening verplicht was op grond van Europese verordeningen en dat de vordering rechtsgeldig was vastgesteld. De stelling dat het besluit onherroepelijk moest zijn voordat verrekening mogelijk was, werd verworpen. Ook was geen sprake van gelijke gevallen bij de aangehaalde vergelijkingen. Het beroep tegen het verrekeningsbesluit werd ongegrond verklaard, het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk wegens ontvallen procesbelang.
Uitkomst: Het beroep tegen de verrekening van de bedrijfstoeslag 2009 met de teruggevorderde toeslag 2006 wordt ongegrond verklaard.