ECLI:NL:CBB:2012:BW3456
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen tuchtbeslissing raad van tucht accountants
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen een beslissing van de raad van tucht voor registeraccountants en accountants-administratieconsulenten, waarin een klacht tegen betrokkene gedeeltelijk gegrond werd verklaard en een schriftelijke waarschuwing werd opgelegd.
Het College heeft het beroep beperkt tot de ongegrond verklaarde onderdelen van klachtonderdeel 1, omdat andere onderdelen niet binnen de beroepstermijn waren aangevochten of geen gronden bevatten. Betrokkene stelde dat de klacht vanwege tijdsverloop buiten behandeling moest blijven, maar het College oordeelde dat klachten binnen de bewaartermijn van zeven jaar in beginsel inhoudelijk behandeld moeten worden, tenzij bijzondere omstandigheden het vertrouwen of de rechtszekerheid schaden.
De gedragingen die vóór de bewaartermijn van zeven jaar vielen, werden niet inhoudelijk beoordeeld vanwege tijdsverloop, maar dit leidde niet tot een andere uitkomst omdat de raad van tucht deze onderdelen toch ongegrond had verklaard. Voor gedragingen na de bewaartermijn werd geen bijzondere omstandigheid gevonden om af te zien van inhoudelijke beoordeling.
Inhoudelijk oordeelde het College dat appellanten onvoldoende hadden onderbouwd dat betrokkene hen niet adequaat had geïnformeerd over belastingaanslagen, mede omdat stukken en correspondentie wel aan hen waren toegezonden. Het beroep van appellanten werd daarom verworpen, en het incidenteel beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt verworpen en het incidenteel beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.