ECLI:NL:CBB:2012:BW2469
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- W.A.J. van Lierop
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Kenbaarheid en rechtsgeldigheid verwijzing naar NEN-EN 14511 in energie-investeringsaftrek regeling
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken om een EIA-verklaring voor een investering in een warmtepompsysteem slechts gedeeltelijk toe te kennen. De kern van het geschil betrof de vraag of de verwijzing naar de norm NEN-EN 14511 in de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek rechtsgeldig is en of deze norm voldoende kenbaar is voor ondernemers.
Het College overwoog dat de Uitvoeringsregeling een algemeen verbindend voorschrift is, maar dat de NEN-norm zelf niet als zodanig kan worden aangemerkt omdat deze door een privaatrechtelijke organisatie is vastgesteld. De norm hoeft daarom niet volgens de Bekendmakingswet bekendgemaakt te worden. Wel moet de norm voldoende kenbaar zijn, wat volgens het College het geval is omdat de norm kosteloos ter inzage ligt en tegen betaling kan worden aangeschaft.
Verder oordeelde het College dat de berekeningswijze van de COP-waarde van een warmtepomp dwingend conform NEN-EN 14511 moet plaatsvinden om rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid te voorkomen. Verweerder had de COP-berekeningen conform deze norm zelf uitgevoerd en de warmtepompen die niet aan de eis voldeden terecht buiten beschouwing gelaten bij het afgeven van de EIA-verklaring.
Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en het besluit van verweerder gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot gedeeltelijke toekenning van de EIA-verklaring wordt gehandhaafd.