ECLI:NL:CBB:2012:BV2274
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping boete Tabakswet wegens beleidswijziging zonder proceskostenvergoeding
In deze zaak heeft de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een boete van €300 opgelegd aan appellant wegens overtreding van artikel 11a, vierde lid, van de Tabakswet. Appellant maakte bezwaar tegen deze boete, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het uitblijven van een beslissing niet-ontvankelijk en het beroep tegen de beslissing op bezwaar ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Tijdens het hoger beroep herzag de verweerder de beslissing op bezwaar en herroept de boete vanwege gewijzigde beleidsinzichten en een aanstaande wetswijziging omtrent rookbeleid. Het College stelde vast dat appellant daardoor geen materieel belang meer had bij het hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak, waardoor dat deel niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het hoger beroep richtte zich vervolgens op de vergoeding van proceskosten in bezwaar. Het College oordeelde dat verweerder het verzoek om vergoeding terecht had afgewezen, omdat de herroeping niet te wijten was aan onrechtmatigheid van het bestuursorgaan. Wel veroordeelde het College verweerder tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, omdat hiervoor geen onrechtmatigheid vereist is. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep tegen de herroeping van de boete is ongegrond, met vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep.